Elsje Kaptijn: ‘Het maatschappelijke verhaal is belangrijk, maar het moet ook uitvoerbaar zijn’

Gepubliceerd op:

Elsje Kaptijn

Hoe zorg je ervoor dat ambitieuze plannen voor gebiedsontwikkeling ook daadwerkelijk uitvoerbaar zijn? Voor strategisch adviseur Ruimtelijke Ontwikkeling Elsje Kaptijn van de Metropoolregio Utrecht koos juist hierom de Studieroute Integrale Gebiedsontwikkeling van de ASRE. De opleiding helpt haar om naast het ruimtelijke en maatschappelijke perspectief ook beter te kijken naar de financiële, juridische en praktische kanten van gebiedsontwikkeling.

Kaptijn werkt bij de Metropoolregio Utrecht, een netwerkorganisatie van zestien gemeenten. Als strategisch adviseur Ruimtelijke Ontwikkeling adviseert ze wethouders en ambtenaren over ruimtelijke opgaven. Daarnaast is ze trekker van het programma Regiopoorten, dat zich richt op integrale gebiedsontwikkelingen rond stationslocaties. Wonen, werken, mobiliteit en groen komen daar samen. Een belangrijke vraag is hoe de verschillende gebiedsontwikkelingen van elkaar kunnen leren en hoe de realisatie ervan kan worden versneld.

Van strategie naar praktijk

In haar functie opereert Kaptijn vooral op strategisch niveau. Ze denkt mee over de vraag waar ontwikkelingen moeten plaatsvinden, maar zit bijvoorbeeld niet zelf met ontwikkelaars aan tafel om afspraken over concrete projecten te maken. Om op strategisch niveau goede keuzes te kunnen maken, wilde ze juist meer weten over die praktische kant.

“Ik miste een aantal gereedschappen in mijn toolkit”, zegt ze daarover. Vooral meer kennis van grondexploitaties, financiële haalbaarheid en het juridische instrumentarium stond op haar wensenlijst. Ook wilde ze beter begrijpen hoe marktpartijen en woningcorporaties naar gebiedsontwikkelingen kijken. “Je doet het nooit alleen.”

Die verbreding vond ze in de studieroute. De module Strategie voor Gebiedsontwikkeling bood haar inhoudelijk deels bekend terrein, maar vooral de samenstelling van de groep maakte deze module waardevol. Gemeenten, ontwikkelaars, corporaties en andere marktpartijen zaten gezamenlijk in de collegezaal. Daardoor kwamen verschillende perspectieven op dezelfde opgaven direct bij elkaar.

De module Locatieontwikkeling en Grondexploitatie bood vervolgens juist veel praktische verdieping. Rekenen, puzzelen, oefenen en zelf plannen maken stonden centraal. “Gewoon het doen heeft mij heel erg geholpen.” Juist de combinatie spreekt haar aan: inspirerende colleges die je uit het dagelijkse werk halen, gevolgd door het daadwerkelijk toepassen van de materie.

Kritischer kijken naar haalbaarheid

De bredere blik werkt inmiddels door in haar dagelijkse praktijk. Kaptijn was vanuit haar functie gewend om vooral het maatschappelijke en ruimtelijke verhaal van een gebiedsontwikkeling te vertellen. Waarom is een locatie geschikt voor woningbouw? Waarom is ontwikkeling hier vanuit publiek belang wenselijk?

Door de studieroute kijkt ze nadrukkelijker naar de andere kant van de tafel. Wat maakt een ontwikkeling interessant voor een ontwikkelaar of belegger? En is een plan dat op strategisch niveau aantrekkelijk lijkt ook financieel en praktisch haalbaar? “Ik kijk nu iets kritischer: is dat realistisch? Is dat echt haalbaar?”

Dat inzicht is volgens Kaptijn ook relevant voor de realisatiekracht van overheidsorganisaties. Ze werkt in een omgeving die sterk beleidsgericht is. Meer kennis van de uitvoeringspraktijk helpt om plannen eerder op haalbaarheid te beoordelen en betere afwegingen te maken. “Ik denk dat ik iets meer realiteitszin in het werk kan brengen en daarmee ook de uitvoerbaarheid kan vergroten.”

Het maatschappelijke verhaal blijft daarbij voor haar de belangrijkste drager. Maar dat verhaal alleen is niet genoeg. “Het maatschappelijke verhaal is één, maar het moet ook uitvoerbaar zijn. Dan heb je een compleet verhaal.”

Leren buiten de eigen kring

Ook het netwerk binnen de studieroute heeft meerwaarde. Kaptijn heeft vanuit haar werk al veel contacten bij de zestien gemeenten binnen de regio. Juist daarom is het interessant om tijdens de opleiding professionals te ontmoeten die ze in haar dagelijkse werk minder vaak spreekt, zoals medewerkers van woningcorporaties, ontwikkelaars en vastgoedadviseurs. Dat verbreedt niet alleen haar eigen netwerk, maar versterkt volgens haar ook het netwerk binnen de Metropoolregio Utrecht als geheel.

Voor collega’s die twijfelen over deelname heeft ze een praktisch advies: begin met één module, bijvoorbeeld Strategie voor Gebiedsontwikkeling of Locatieontwikkeling en Grondexploitatie. “Je ontmoet sowieso interessante mensen en krijgt interessante colleges. Daardoor heeft het hoe dan ook meerwaarde.” Bevalt dat, dan kun je altijd besluiten de volledige studieroute te volgen.

Wie daarvoor kiest, moet wel rekening houden met een serieuze tijdsinvestering. Maar Kaptijn merkt dat de opleiding daar ook iets tegenover zet. Nieuwe kennis, andere perspectieven en gesprekken buiten de dagelijkse werkomgeving geven haar nieuwe energie. “Dat maakt me ook weer enthousiast over het werk dat ik doe.”

Deel deze post: