Guus Doorn: ‘Een gebiedsontwikkeling is een proces, geen project’

Gepubliceerd op:

Guus Doorn

Gebiedsontwikkeling was voor Guus Doorn relatief nieuw toen hij bij de Amsterdam School of Real Estate (ASRE) begon aan de Studieroute Integrale Gebiedsontwikkeling. Als strategisch adviseur Leefomgeving bij de gemeente IJsselstein kreeg hij nieuwe rollen als strateeg en ambtelijk opdrachtgever. De studieroute helpt hem om daarin te groeien. Vooral de brede blik op gebiedsontwikkeling blijkt waardevol, met aandacht voor juridische, financiële, ruimtelijke en menselijke aspecten.

Doorn werkt binnen het team Ruimte en Projecten van de gemeente IJsselstein. Vanuit zijn functie is hij onder meer betrokken bij binnenstedelijke woningbouwopgaven en gebiedsontwikkelingen in het Hollandsche IJsselgebied, in het buitengebied van de gemeente.

Zijn nieuwe verantwoordelijkheden waren een belangrijke aanleiding om voor de studieroute te kiezen. “De rollen als strateeg en ambtelijk opdrachtgever binnen gebiedsontwikkelingen zijn nieuw voor me. De studieroute helpt me om me hierin verder te ontwikkelen en in te groeien.”

Grip op het instrumentarium

Als zijinstromer in de gebiedsontwikkeling wilde Guus Doorn vooral zijn kennis van het juridische en financiële instrumentarium vergroten. Dat is nodig om als opdrachtgever goed beslagen ten ijs te komen. Tegelijkertijd zocht hij naar een opleiding waarin de verschillende vakgebieden niet los van elkaar worden behandeld.

Die samenhang vindt hij in de studieroute. Zijn juridische, ruimtelijke en planologische vaardigheden worden verder ontwikkeld, maar er is ook aandacht voor de onderlinge relaties. Bovendien leert hij gebiedsprocessen bekijken vanuit het perspectief van zowel publieke als private partijen. “Die brede blik op gebiedsprocessen wil ik graag verder ontwikkelen.”

Juist die samenhang is volgens Doorn essentieel voor succesvolle gebiedsontwikkeling. Strategie, financiën, recht en uitvoering zijn sterk van elkaar afhankelijk. Als één onderdeel niet goed functioneert, heeft dat gevolgen voor het geheel en daarmee voor de voortgang van het proces.

De menselijke kant van gebiedsontwikkeling

Een onderwerp dat hem tijdens de opleiding in het bijzonder aansprak, is de rol van placemaking en marketing. Dat sluit aan bij zijn achtergrond als cultureel geograaf en zijn belangstelling voor de identiteit van gebieden.

Doorn kijkt daarbij nadrukkelijk naar de wisselwerking tussen een gebied en de mensen die er wonen, werken of verblijven. Gebiedsontwikkeling gaat volgens hem niet alleen over programma’s, grondexploitaties en ruimtelijke plannen. Ook de identiteit en beleving van een plek zijn bepalend voor het resultaat.

“Ik vind het erg inspirerend om dit ook onderdeel te laten zijn van gebiedsontwikkelingen. Dit menselijke onderdeel is essentieel en verdient in de dagelijkse praktijk wat mij betreft nog wel een grotere rol.”

Een proces van lange adem

Een ander belangrijk inzicht uit de studieroute is dat gebiedsontwikkeling niet moet worden benaderd als een afgebakend project. “Een gebiedsontwikkeling is een proces, geen project.”

Dat onderscheid heeft gevolgen voor de manier waarop partijen samenwerken. Gemeenten, ontwikkelaars, beleggers en andere betrokkenen hebben elkaar vaak jarenlang nodig. In zo’n lange periode veranderen omstandigheden en kunnen oorspronkelijke uitgangspunten onder druk komen te staan. Dat vraagt volgens Doorn om flexibiliteit, aanpassingsvermogen en veerkracht.

Juist daarom ziet hij veel waarde in het leren met professionals uit verschillende organisaties. De perspectieven van bijvoorbeeld projectontwikkelaars, beleggers en andere overheden helpen hem om zijn eigen ideeën en werkwijze kritisch te bekijken. “De blik van andere professionals uit het veld scherpt ook mijn blik.”

Tijd voor reflectie

De studieroute biedt Guus Doorn daarnaast iets waarvoor in het dagelijkse werk niet altijd voldoende ruimte is: afstand nemen van de dagelijkse routine en reflecteren op het eigen handelen. De colleges en samenwerking met medestudenten bieden gelegenheid om zich gericht in zijn vakgebied te verdiepen en zijn eigen kennis en vaardigheden tegen het licht te houden.

Voor collega’s die deelname overwegen, is zijn advies dan ook duidelijk. De opleiding vraagt een investering, maar daar staat volgens hem veel tegenover. “De opleiding kost tijd en energie, maar levert je ook veel op. Dus als je de kans krijgt, dan zou ik die grijpen.”

Deel deze post: